WiFi
Drie tabbladen: Status, New connection en Access Point.
Voor de procedure in plaats van de lijst met velden, zie Wi-Fi instellen.
Status

WiFi Control
Zet de Wi-Fi-radio volledig aan of uit.
| Knop | Betekenis |
|---|---|
| ENABLED / DISABLED | Of de Wi-Fi-radio actief is |
| Past de keuze toe — het apparaat moet opnieuw opstarten voordat de wijziging werkt |
DANGER
Wi-Fi uitzetten vanuit de webinterface beëindigt de sessie waarin u dat doet. Is Zigbee niet ingesteld, dan is de enige weg terug de knop 3 seconden ingedrukt houden bij het apparaat, of een fabrieksreset.
Connection
| Veld | Betekenis |
|---|---|
| SSID | Naam van het netwerk waarin het apparaat zit — uw netwerk in clientmodus, de naam van de eigen hotspot in accesspointmodus |
| Mode | Client (station) of accesspoint |
| Signal | RSSI in dBm. Dichter bij nul is beter; slechter dan ongeveer −75 dBm is marginaal |
| Security | Gebruikte authenticatie, bijvoorbeeld WPA2 of WPA3 |
| Channel | Radiokanaal op 2,4 GHz |
Network address
| Veld | Betekenis |
|---|---|
| Hostname | ZiggyMeter-XXXX, gebruikt voor DHCP en het omzetten van lokale namen |
| IP | Huidig IPv4-adres. In accesspointmodus altijd 192.168.4.1 |
| Netmask | Subnetmasker |
| Gateway | Standaardgateway |
| DHCP | Of het adres van een DHCP-server kwam of vast is ingesteld |
New connection

Netwerken in de buurt worden automatisch gevonden en de lijst vernieuwt zich elke paar seconden. Elk item toont de signaalsterkte en het beveiligingstype.
Alleen netwerken op 2,4 GHz verschijnen — 5 GHz en 6 GHz worden door de hardware niet ondersteund.
- Kies de SSID waarmee u wilt verbinden.
- Voer het Wi-Fi-wachtwoord in.
- Kies Connect.
In plaats van DHCP kunt u een vast IP-adres, subnetmasker en gateway opgeven. Een DHCP-reservering op de router is meestal eenvoudiger.
WARNING
Verbinden met een nieuw netwerk verbreekt uw verbinding. Het apparaat zet zijn accesspoint uit en verbindt met uw netwerk, waardoor de browser de verbinding kwijtraakt. Verbind uw telefoon of laptop weer met uw gewone Wi-Fi en open het apparaat op zijn nieuwe adres.
INFO
In uw eigen netwerk biedt het apparaat HTTPS aan met een zelfondertekend certificaat. De browserwaarschuwing bij de eerste verbinding hoort erbij — zie Beveiliging.
Access Point

De eigen hotspot van het apparaat, voor de installatie en voor plekken zonder netwerk.
| Veld | Betekenis |
|---|---|
| Enable Access Point Mode | Houdt de hotspot actief, ook wanneer er geldige netwerkgegevens zijn opgeslagen. Dit aanzetten verbreekt de verbinding met elk netwerk waarmee het apparaat verbonden is. |
| Change password | Stel een eigen wachtwoord voor de hotspot in. Minimaal 8 tekens. |
| Change network name | Stel een eigen SSID voor de hotspot in. |
daarbij opnieuw starten.
INFO
In accesspointmodus gebruikt het apparaat altijd 192.168.4.1 en biedt het de interface via HTTP aan — poort 443 is gesloten. Zie Beveiliging.
Fallback AP
Enable Fallback AP zorgt dat het apparaat zijn eigen hotspot start wanneer het niet met het ingestelde netwerk kan verbinden — de router staat uit, het wachtwoord is gewijzigd, de SSID is hernoemd.
Zonder die optie is een apparaat dat zijn netwerk niet meer kan bereiken alleen te herstellen met de knop of met een fabrieksreset. Mét die optie komt u er altijd weer in om de instellingen te corrigeren.
Wat de API teruggeeft
| Tabblad | Endpoints |
|---|---|
| Status | /network/status |
| New connection | /network/scan, /network/wifi |
| Access Point | /network/ap, /network/fallback-ap |