Meterprotocollen
ZiggyMeter ondersteunt via de optische poort twee protocolfamilies. Kies de familie die uw meter gebruikt bij Meter → Configuration → Meter protocol; al het andere op deze pagina hangt van die keuze af.
| Protocol | Gegevensvorm | Typische meters |
|---|---|---|
| IEC 62056-21:2002 | ASCII-tekst, één regel per waarde | Oudere en eenvoudiger meters, en de meeste meters in “readout”-stand |
| DLMS/COSEM | Gestructureerde binaire objecten | Moderne slimme meters, vaak met wachtwoord beveiligd |
TIP
Weet u niet welke uw meter gebruikt, begin dan met IEC 62056-21. De meeste meters antwoorden op het identificatieverzoek in dat protocol, ook als ze DLMS ondersteunen, en de identificatietekst vertelt u waarmee u te maken heeft.
IEC 62056-21
Modi
De norm definieert vijf modi. Alle worden ondersteund.
| Modus | Hoe het werkt |
|---|---|
| A | Tweerichtingsverkeer, vast 300 baud, geen wijziging van de baudrate. |
| B | Als A, maar de meter stelt een hogere baudrate voor. |
| C | Tweerichtingsverkeer met onderhandelde baudrate — de meest gebruikte modus. |
| D | Eenrichtingsverkeer. De meter stuurt op eigen initiatief een uitlezing; er is geen verzoek. |
| E | Handshakemodus; de meter kan de sessie overdragen aan een ander protocol, meestal HDLC/DLMS. |
Het apparaat onderhandelt automatisch. U hoeft alleen instellingen te wijzigen voor modus D, of om de baudrate te begrenzen.
Maximale baudrate
Meter → Configuration → Transmission begrenst hoe snel het apparaat wil gaan: 300, 600, 1200, 2400, 4800, 9600 of 19200 baud.
De meter en het apparaat onderhandelen de laagste van wat beide aanbieden, dus deze instelling is een plafond, geen streefwaarde. Verlaag hem als uitlezingen beschadigd of afgekapt binnenkomen — een lang of vervuild optisch pad kan op 9600 mislukken en op 2400 betrouwbaar werken.
Meters op batterijen
Sommige meters zetten hun optische interface tussen sessies uit om energie te sparen en moeten eerst worden gewekt.
Vink The meter is battery powered aan en het apparaat stuurt voor elke transmissie een wekreeks. Dat kost een seconde of twee per uitlezing en kan bij meters op netvoeding geen kwaad, maar laat het uit tenzij u het nodig heeft.
Modus D
Meters met modus D zenden ongevraagd op een vaste baudrate; er is geen verzoek te versturen. Zet Use Mode D aan en stel de baudrate in die de meter gebruikt (vaak 2400).
WARNING
Zet modus D alleen aan voor een meter die hem echt gebruikt. Met modus D aan ontvangt het apparaat uitsluitend passief in plaats van gegevens op te vragen, en een gewone meter met modus C stuurt dan geen gegevens.
Modus E → DLMS/COSEM
Een meter die modus E aankondigt, biedt aan de sessie in HDLC voort te zetten. Vink Use DLMS/COSEM when the meter reports mode E aan en het apparaat schakelt over naar DLMS/COSEM in plaats van terug te vallen op modus C.
Dit is de gebruikelijke manier om bij een slimme meter te komen die een voordeur volgens IEC 62056-21 presenteert, maar de nuttige gegevens achter DLMS houdt. De DLMS-instellingen hieronder gelden dan.
DLMS/COSEM
DLMS/COSEM wordt in pull-modus gebruikt: het apparaat opent een associatie met de meter, vraagt een lijst met objecten op en sluit de associatie weer.
Authenticatie
| Niveau | Wat het nodig heeft | Gebruikelijk clientadres |
|---|---|---|
| None | Niets | 16 (publieke client) |
| Low (LLS) | Een wachtwoord van uw netbeheerder | 32 |
| High (GMAC) | Een authenticatiesleutel (AK) | 32 of zoals opgegeven |
INFO
Vraag het uw netbeheerder. Wachtwoord, sleutels en adressering zijn bepaald door wie de meter in bedrijf heeft gesteld. Zonder die gegevens krijgt u meestal wel de publieke objecten — vaak alleen de naam en het serienummer van de meter — en niets anders.
Versleuteling
Vink Encrypt transmission aan om de versleutelde toepassingslaag van de meter te gebruiken. Er zijn twee sleutels van 16 bytes nodig, elk in te voeren als 32 hexadecimale tekens:
| Sleutel | Doel |
|---|---|
| Block cipher key (GUEK) | Versleutelt de gegevens |
| Authentication key (AK) | Authenticeert de gegevens; ook gebruikt voor High/GMAC-authenticatie |
Sleutels staan in de versleutelde configuratie van het apparaat. Ze worden nooit teruggegeven door de webinterface of de API — een opgeslagen wachtwoord wordt alleen als “ingesteld” weergegeven. Laat u een sleutelveld bij het opslaan leeg, dan blijft de bestaande waarde staan.
Adressering
| Veld | Betekenis | Gangbare waarde |
|---|---|---|
| Client address | Als welke clientrol het apparaat zich voordoet | 16 = publiek/geen authenticatie, 32 = LLS |
| Server logical address | Logisch apparaat binnen de meter | 1 (logisch beheerapparaat) |
| Server physical address | Fysiek adres van de meter | 0 |
Geeft uw netbeheerder andere waarden, gebruik dan die.
Lijst met op te vragen OBIS-codes
Anders dan bij IEC 62056-21, waar de meter stuurt wat hij wil, moet u bij DLMS elk object bij naam opvragen. Meter → Configuration → OBIS poll list bevat die lijst met verzoeken.
Elk item heeft drie delen:
| Deel | Vorm | Opmerkingen |
|---|---|---|
| OBIS-code | A.B.C.D.E.F, zes waarden 0–255 | Meestal 1.0.C.D.E.255 |
| Class | COSEM-interfaceklasse | 1 = Data, 3 = Register (waarde + eenheid), 8 = Clock |
| Attribute | Index van het attribuut | 2 is bij de meeste klassen de waarde |
De fabrieksinstellingen dekken de codes die de meeste meters aanbieden:
| OBIS | Klasse | Betekenis |
|---|---|---|
1-0:1.8.0 | 3 | Actieve energie afgenomen, totaal |
1-0:1.8.1 / 1-0:1.8.2 | 3 | Actieve energie afgenomen, tarief 1 / tarief 2 |
1-0:2.8.0 | 3 | Actieve energie teruggeleverd, totaal |
1-0:1.7.0 / 1-0:2.7.0 | 3 | Momentaan actief vermogen, afname / teruglevering |
1-0:32.7.0, 1-0:52.7.0, 1-0:72.7.0 | 3 | Momentane spanning, fasen L1 / L2 / L3 |
1-0:31.7.0, 1-0:51.7.0, 1-0:71.7.0 | 3 | Momentane stroom, fasen L1 / L2 / L3 |
1-0:14.7.0 | 3 | Frequentie |
0-0:1.0.0 | 8 | Klok |
0-0:42.0.0 | 1 | Naam van het logische apparaat |
0-0:96.1.0 | 1 | Serienummer van het apparaat |
Haal items weg die uw meter afwijst — een verzoek om een object dat niet bestaat kost bij elke uitlezing tijd, en op batterijen is dat energie. Voeg items toe voor alles wat uw netbeheerder verder documenteert.
TIP
Lees de meter eerst met de standaardwaarden uit en kijk wat er terugkomt. Kort de lijst daarna in tot wat werkelijk antwoordde.
Antwoordtijd
De ontvangsttijd per verzoek staat standaard op 1000 ms. Meters met een marginaal optisch pad, of meters die traag zijn met het berekenen van een register, hebben soms meer nodig. Het is instelbaar via de API (POST /api/v1/dlms/config).
Kiezen tussen de twee
De seriële console drukt de identificatietekst en de onderhandelde modus af, waarmee dit een vraag van twee minuten wordt in plaats van gokwerk.
TIP
Ondersteunt uw meter zowel modus C als modus E, overweeg dan bij modus C te blijven. Modus C leest de meter zonder wachtwoord en zonder authenticatiesleutels, dus er is niets bij uw netbeheerder op te vragen en niets opnieuw in te voeren als de meter wordt vervangen. Modus E draagt de sessie over aan DLMS/COSEM, en dat vraagt meestal om inloggegevens voordat het meer teruggeeft dan de naam en het serienummer van de meter.
Neem de route via modus E wanneer de gegevens die u wilt alleen via DLMS beschikbaar zijn — en u de gegevens heeft om erbij te komen.